Lid worden

Alle nieuwsberichten

Uitkomsten ANBI-enquête 2026: Behoefte aan meer duidelijkheid, werkbare ruimte en vertrouwen.

Gepost op 24 augustus 2026
Uit een recent gezamenlijk onderzoek van Goede Doelen Nederland, CIO, FIN, VrijwilligerswerkNL en Partos blijkt dat de ANBI-status voor veel maatschappelijke organisaties van groot belang is en blijft. Respondenten noemen vooral de fiscale voordelen en de legitimiteit en het vertrouwen die de status biedt richting donateurs, publiek, fondsen en (lokale) overheden. Tegelijkertijd laat het onderzoek zien dat er behoefte bestaat aan meer duidelijkheid en ruimte rondom steun aan niet-ANBI’s, stamvermogen, reservevorming en meerjarige financiering.

In het voorjaar van 2026 brachten de vijf brancheorganisaties ervaringen van 233 organisaties met de ANBI-status in kaart. Bijna 30% van de respondenten is aangesloten bij FIN. Het onderzoek geeft daarmee ook een goed beeld van de vragen en knelpunten die specifiek leven bij vermogensfondsen.

De Kamerbrief ‘Stand van zaken verbetermogelijkheden ANBI-regeling’ van 1 juni jl. bracht in dit dossier al meer duidelijkheid en rust. 

Met de onderzoeksuitkomsten in de hand zijn wij medio augustus hierover met het ministerie van Financiën en de Belastingdienst in gesprek gegaan. 

Meeste organisaties kunnen uit de voeten met de regeling

Bijna twee derde van de respondenten geeft aan geen problemen te ervaren bij de naleving van de ANBI-criteria. Ook de ervaringen met toetsing door de Belastingdienst zijn overwegend positief: veel organisaties ervaren de toetsing als zorgvuldig en professioneel en waarderen de mogelijkheid om eventuele tekortkomingen te herstellen.

Tegelijkertijd wordt de regelgeving als complex en soms onduidelijk ervaren. Met name veranderende interpretaties kunnen onzekerheid veroorzaken. Voor fondsen is die voorspelbaarheid belangrijk: besluiten over vermogen, financiering en ondersteuning van maatschappelijke organisaties hebben vaak een lange looptijd.

Steun aan niet-ANBI’s belangrijk aandachtspunt voor fondsen

Voor FIN-leden springt vooral de steun aan organisaties zonder ANBI-status eruit. Van de respondenten die hierover een vraag kregen, ervaart 35% dit als een knelpunt.

Dat raakt direct aan ontwikkelingen binnen de filantropie. Fondsen willen steeds vaker meerjarig, flexibel of ongeoormerkt financieren en werken bijvoorbeeld volgens principes van trust-based philanthropy. De maatschappelijke organisaties of initiatieven die zij willen ondersteunen hebben echter lang niet altijd zelf een ANBI-status.

Respondenten signaleren onzekerheid over wat mogelijk is bij project- versus organisatiefinanciering en bij steun aan niet-ANBI’s in binnen- en buitenland. Die onzekerheid leidt tot extra uitzoekwerk en juridisch of fiscaal advies en kan ook van invloed zijn op financieringskeuzes. In het onderzoek geven fondsen bijvoorbeeld aan soms te moeten kiezen voor projectfinanciering waar zij liever meerjarige, ongeoormerkte steun zouden bieden.

Stamvermogen en reserves vragen om passende kaders

Een tweede belangrijk thema voor respondenten betreft het stamvermogen en aanhouden van reserves. Van de respondenten die vragen over stamvermogen kregen, noemt 42% dit een knelpunt. Bij het aanhouden van reserves is dat 34%.

Voor vermogensfondsen raakt dit aan de kern van hun werkwijze. Respondenten ervaren onder meer onduidelijkheid over de omvang en de samenstelling van het stamvermogen, de mogelijkheid om het vermogen voor inflatie te corrigeren en de verhouding tussen stamvermogen, reserves en het bestedingscriterium.

Ook bij grote schenkingen of nalatenschappen kan spanning ontstaan. Een fonds wil middelen zorgvuldig en effectief inzetten, bijvoorbeeld door een maatschappelijke organisatie gedurende vijf jaar te ondersteunen in plaats van een groot bedrag in één keer uit te keren. De ANBI-regels kunnen echter druk geven om middelen sneller dan goed is te besteden. Respondenten vragen daarom om duidelijke kaders én voldoende ruimte voor een verantwoorde, langjarige besteding van hun vermogen.

Ook de scheidslijn tussen algemeen nuttige en commerciële activiteiten roept vragen op. Van de respondenten die hierover bevraagd zijn, ervaart 29% dit als een knelpunt. Daarbij gaat het onder meer om de vraag wanneer inkomsten uit producten of diensten nog onderdeel zijn van de algemeen nuttige activiteiten en wanneer sprake is van commerciële activiteiten. 

Daarnaast is het 90%-criterium voor 22% van de respondenten onduidelijk. Vooral de afbakening tussen algemeen nut en particulier belang wordt als een grijs gebied ervaren. 

Behoefte aan praktische ondersteuning en voorlichting

Het onderzoek geeft ook een duidelijke boodschap mee aan de brancheverenigingen. Organisaties willen tijdig geïnformeerd worden over veranderingen in de ANBI-regelgeving, maar hebben daarnaast behoefte aan praktische duiding.

Respondenten noemen onder meer voorbeeldcasussen, kennissessies, FAQ’s, checklists en toegang tot fiscale expertise. Specifiek voor FIN worden ook de online koffietafels genoemd en de suggestie om fiscale deskundigheid voor leden meer gezamenlijk te organiseren.

Brancheverenigingen blijven knelpunten agenderen

De hoofdboodschap van het onderzoek is niet dat het ANBI-stelsel ter discussie staat. De ANBI-status heeft voor fondsen, goede doelen en andere maatschappelijke organisaties een grote waarde. Wel moet het stelsel voldoende blijven aansluiten bij de manier waarop filantropie zich ontwikkelt.

Voor aangesloten koepels staan daarbij vier uitgangspunten centraal: duidelijkheid, eenvoud, proportionaliteit en vertrouwen. Maatschappelijke organisaties moeten weten waar zij aan toe zijn, regels moeten ruimte bieden voor verschillende typen organisaties en financieringsvormen, en toezicht moet effectief zijn zonder waardevol maatschappelijk handelen onnodig te belemmeren.

De komende periode gebruiken wij de onderzoeksresultaten in het overleg dat wij hebben met het ministerie van Financiën en de Belastingdienst. 

Daarbij zetten we in op heldere en werkbare kaders met bijzonder aandacht voor steun aan niet-ANBI’s, stamvermogen en reserves en langjarige en flexibele financiering. Zodra er meer duidelijkheid is, informeren we onze leden.